Hoe de grenswaarden zijn berekend
Van 25.920 situaties naar een grenswaarde per punt
Voor elk van de 207 handhavingspunten liet het ministerie 25.920 situaties doorrekenen. Volgens het deelrapport bij het milieueffectrapport zijn dat 648 varianten in vliegtuigtypes, bestemmingen, baangebruik, routes en vliegprocedures, elk met het weer van 40 verschillende jaren. Elke situatie levert een geluidsbelasting op dat punt op. Het ministerie leidde daaruit per punt één grenswaarde af.
De statistische marge
Zet je de uitkomsten op volgorde, dan is Q3 de waarde waar driekwart van de scenario's onder blijft. De IQR (interkwartielafstand) is de breedte van de middelste helft. Statistici gebruiken Q3 + 1,5 × IQR vaak als grens voor uitschieters.
Volgens NRC noemde adviesbureau To70 die formule geschikt, omdat de normale vliegsituatie dan binnen de norm past en alleen uitschieters erboven komen. Het ministerie koos toch voor Q3 + 3 × IQR, een twee keer zo brede marge boven Q3. In het deelrapport bij het milieueffectrapport heten waarden boven Q3 + 1,5 × IQR "normale outliers" en waarden boven Q3 + 3 × IQR "extreme outliers". De gekozen grens valt samen met die tweede drempel. Een lagere vermenigvuldiger gaf volgens het rapport "een onacceptabele kans op een overschrijding van de grenswaarden".
Volgens NRC ligt de grens op alle 207 punten boven de zwaarste situatie die is doorgerekend.
Diemen in decibel

Het meetpunt in Diemen voor de nacht heet N36. De zwaarste doorgerekende situatie komt daar uit op ongeveer 40,4 dB(A). De grenswaarde is 43,03 dB(A), 2,6 dB hoger. Elke 3 dB erbij is twee keer zoveel geluidsenergie, dus 2,6 dB is zo'n 80 procent meer. NRC komt op hetzelfde percentage.
De grenswaarde staat in tabel 3-3 van het rapport van To70 over de grenswaarden. De laagste en hoogste uitkomst hebben we afgelezen uit de grafiek in bijlage I van dat rapport, op ongeveer 0,1 dB nauwkeurig. Q1 en Q3 per meetpunt staan niet in het rapport.
Twee varianten
Uit interne stukken blijkt dat eind 2023 twee varianten zijn uitgewerkt. De ene had strengere grenzen en een grotere kans op overschrijding, met het accent op bescherming van omwonenden. De andere legde het accent op operationele flexibiliteit voor de luchthaven, met een overschrijdingskans van (nagenoeg) nul. Het ministerie koos de lage overschrijdingskans, zodat er zo min mogelijk hoeft te worden bijgestuurd. Het ministerie noemt zulke grenswaarden "robuust", omdat ze de operatie van Schiphol niet hinderen.
Wat het ministerie zegt
Een woordvoerder zegt dat de berekeningen, ondanks het grote aantal scenario's, niet garanderen dat variaties die niet zijn onderzocht ook zijn afgedekt. Alles doorrekenen is volgens het ministerie "onmogelijk", omdat er "duizend-en-één mogelijkheden" zijn. De statistische methode levert volgens het ministerie geen extra ruimte op.
Wat de hoogleraar statistiek zegt
Emeritus hoogleraar John Einmahl vindt dat alle bekende variaties doorgerekend moeten worden:
"Om dan te zeggen: we weten niet alles dus we gooien de grens maar omhoog, daar is geen goede motivatie voor."
John Einmahl, emeritus hoogleraar statistiek
Bronnen: NRC, 26 oktober 2026; To70, Ontwerpwijziging LVB Schiphol: Grenswaardenscenario, januari 2026; MER Schiphol, Deelrapport Ligging handhavingspunten en grenswaarden, januari 2026.